Object Store is schaalbare, betaalbare online opslag die met veel tools samenwerkt en ideaal is voor het maken van back-ups, delen van bestanden en het hosten van statische content. Bij TransIP bieden we dit aan in de vorm van S3-compatible Object Store aangedreven door de OpenStack Swift-API.
Een S3-bucket is de 'bovenste' opslaglaag in de S3 API: een logische plek waar je objecten (bestanden + metadata) in opslaat. Binnen zo’n bucket organiseer je objects meestal met prefixes in de object key (bijv. backups/2026/01/file.zip). Dat lijkt op een folderstructuur, maar S3 is dit in de basis een onderdeel van de objectnaam.
In OpenStack Swift heet diezelfde bovenste laag een container: een plek waar objecten in staan. Swift-containers kunnen niet genest worden (dus geen container-in-container).
Bucket vs container: is dat bij TransIP hetzelfde?
Op ons platform betekenen ze in de praktijk hetzelfde. Ons Object Store-platform draait op OpenStack Swift (dus ‘container’ is het native concept), maar biedt ook een S3-compatibele API. Daardoor zie je in S3-termen ‘Buckets’, terwijl het onder water en in de webinterface Horizon 'Swift-containers' zijn.
Dit komt omdat Horizon de OpenStack/Swift-terminologie gebruikt. In de Horizon UI beheer je daarom containers en daarbinnen objecten. Binnen de Swift-API-documentatie spreekt men wel exclusief over Buckets.
Welke terminologie zie ik waar?
- In Horizon (Object Store): containers en daarbinnen objects.
- In S3 tools/SDK’s (AWS CLI, s3cmd, SDK’s): buckets en daarbinnen objects (met keys/prefixes).
Zijn mappen echte mappen?
Niet echt: Zowel bij S3 als Swift gaat het om objects met namen. Wat op ‘mappen’ lijkt, is meestal een prefix in de objectnaam/key (bijv. photos/2026/jan/IMG_001.jpg). Swift-containers zelf kun je om die reden geen ‘sub-containers’ geven.
Welke naming conventions gelden?
Swift is vaak ruimer dan S3. Een naam die in Swift toegestaan is, kan door S3-tooling alsnog geweigerd worden.
- Swift containernaam (typisch): max 256 bytes en geen /.
- S3 bucketnaam (AWS-stijl, veiligste keuze): 3–63 tekens, alleen lowercase letters, cijfers, punten en koppeltekens, start/eindigt met letter/cijfer, niet als IP-adres, etc.